Belgische Grondwet

Nota voor de deontologische commissie van de gemeente Knokke-Heist: Melding 2026-KH01

Aangezien het huidige bestuur, aan de hand van de Deontologische Commissie, represailles neemt tegen mij als klokkenluider voor het uitoefenen van mijn basisrecht op vrije meningsuiting, heb ik een raadsman onder de arm genomen om dit aan te vechten. Een gemeente mag de vrije meningsuiting immers niet zomaar onder druk zetten zonder dat dit consequenties heeft, zeker niet wanneer sommige leden van deze commissie zelfs afkomstig zijn uit de partij van de betrokkenen die de onregelmatigheden hebben veroorzaakt en mij op een partijdige manier willen verhoren.

Gelieve hieronder een nota (lange versie) terug te vinden voor de “deontologische commissie” van Knokke-Heist. Hieronder alvast een kort extract:

“In de mate dat de deontologische commissie, of bij uitbreiding de gemeenteraad, de passage uit het krantenartikel als een schending van art. 5 van de deontologische codex zou beschouwen, wordt er aan de deontologische codex een interpretatie gegeven die strijdig is met de grondwettelijk en verdragsrechtelijk gewaarborgde vrijheid van meningsuiting.”

“Het lijkt erop dat de procedure wordt ingezet als een vorm van represaillemaatregel tegen een kritisch gemeenteraadslid, wat zich overigens ook concretiseert via andere beslissingen en maatregelen die door het gemeentebestuur worden genomen.

Deze werd via mijn raadsman aan de Deontologische Commissie bezorgd. 

Uit protest voor deze aanslag op mijn vrije meningsuiting (intern en extern) zal ik momenteel niet meer naar de Gemeenteraad komen, wel blijf ik mijn visie, observaties en bezorgdheden via mijn blog www.antoinegeerinckx.be & via fractieleden die deze visie op vrije meningsuiting delen.

 “If freedom of speech is taken away, then dumb and silent we may be led, like sheep to the slaughter.” George Washington

"I disapprove of what you say, but I will defend to the death your right to say it." Evelyn Beatrice Hall (on behalf of Voltaire)

 "Tyrants and corrupt governments target free speech first because it is the most dangerous tool to their power."

mvg

Antoine Geerinckx

 

 

NOTA VOOR DE 

DEONTOLOGISCHE COMMISSIE

VAN DE GEMEENTE KNOKKE-HEIST

Melding 2026-KH01

 

VOOR:

De heer Antoine GEERINCKX, gemeenteraadslid in Knokke-Heist

 

Met als raadsman

Mr. Hugo LAMON, advocaat aan de balie van Limburg, met kantoor te 3500 HASSELT, de Schiervellaan 23

 

 

A.      DE AANLEIDING EN DE CONTEXT

 

1.

De directe aanleiding voor de deontologische klacht tegen de heer Antoine Geerinckx is een artikel dat op 11 december 2025 verscheen in de krant  van West-Vlaanderen onder de titel:

1 op 10 gemeenteraadsleden zou vandaag niet meer aan verkiezingen deelnemen – “Ik kreeg zelfs eieren tegen mijn gevel”.

 

Dat artikel bevat een verslag van een “exclusieve enquête” van die krant bij alle West-Vlaamse raadsleden. Er worden verschillende  gemeenteraadsleden en schepenen aan het woord gelaten. Hierin wordt o.m. gereflecteerd over de impact van het politiek engagement op het privéleven en de invloed van sociale media op het politiek functioneren.

 

In dat krantenartikel wordt ook Antoine Geerinckx als volgt geciteerd :

 

“ Liefst 10  van die bijna 1.500 raadsleden zou niet meer opnieuw deelnemen, mochten er nu nieuwe lokale verkiezingen voor de deur staan. (…)

Uiteenlopende redenen liggen aan de basis  van die gedachtegang, zo blijkt. “Mensen hebben veel minder respect voor politici”, klinkt het bij Antoine Geerinckx (Gemeentebelangen), gemeenteraadslid in Knokke-Heist. “Waarom? Omdat de rotte appels gewoon actief mogen blijven. Dat weegt. Uit de rapporten van Audit Vlaanderen blijkt zwart op wit dat er serieuze onregelmatigheden zijn gebeurd in Knokke-Heist, maar de betrokken actoren blijven gewoon op post en oefenen nog steeds een publiek ambt uit. Dat is niet oké. Hoe kan je dan verwachten dat mensen publieke ambten vertrouwen?”

 

2.

Het is dit citaat uit de krant dat ter beoordeling voorligt van de deontologische commissie van de gemeente Knokke-Heist.

 

Het voorwerp van de deontologische klacht dient dus beperkt te worden tot de beoordeling van het bewuste citaat. De “saisine” (datgene waarvoor de deontologische commissie is gevat) dient zich daartoe te beperken.

 

De deontologische commissie heeft de melding ontvankelijk verklaard en vraagt in een schrijven  van 6 februari 2026 om bijkomende toelichtingen. (1) 

Er wordt aan de heer Geerinckx een inbreuk verweten op artikel 5 van de deontologische code (2), die het volgende bepaalt:

Artikel 5.1

Lokale mandatarissen gaan op respectvolle wijze om met elkaar, de algemeen directeur en andere personeelsleden, evenals met de burgers, in woord, gebaar en geschrift. Concrete afspraken werden opgenomen in de afsprakennota tussen het beleid en de gemeentelijke diensten.

 

Artikel 5.2 

Lokale mandatarissen zaaien geen twijfel over elkaars integriteit. Zij erkennen en bevestigen elkaar actief in hun streven naar het dienen van het algemeen belang vanuit hun ambt, rol en politieke kleur.

 

Artikel 5.3 

Lokale mandatarissen onthouden zich in het openbaar, dus ook in openbare raads- en commissievergaderingen, van negatieve uitlatingen over individuele personeelsleden.

 

Artikel 5.4 

Een lokale mandataris staat op dezelfde gewetensvolle manier ten dienste van alle burgers.

 

 

3.

De gemeente dient verplicht over een deontologische code te beschikken (3) en die dient te passen in het bredere integriteitsbeleid van het lokaal bestuur. (4)

 

Het is van algemene en openbare bekendheid dat er de afgelopen jaren ernstige vragen waren over de wijze waarop de gemeente Knokke-Heist werd bestuurd.

 

Zo kan er niet de minste twijfel bestaan over volgende feitelijke omstandigheden, waarover uitvoering door de media werd bericht. Het volstaat (louter bij wijze van voorbeeld) naar onderstaande persberichten te verwijzen:

 

-          “Audit Vlaanderen stelt onregelmatigheden vast bij vergunning van overheidscontracten in Knokke-Heist” (website VRT nieuws 22 september 2023), waarin o.m. te lezen valt:

“Oppositiepartij NV-A wijst erop dat de draagwijdte van  de audit veel verder gaat dan de politieke verantwoordelijkheid van één schepen. “Dit rapport is vernietigend. De geauditeerde zaken staan symbool voor een totale systeemcrisis in Knokke-Heist” zegt fractieleider Cathy Coudyser. De partij hoopt dat de gerechtelijke instanties het rapport grondig onderzoeken en vraagt aan de gouverneur en aan de Vlaamse overheid om Knokke-Heist ‘nauw en scherp’ op te volgen”.(5) 

-          “Burgemeester Knokke-Heist bijt van zich af: ‘een moordenaar heeft meer rechten dan een gewone schepen’(6):

“ De Groote benadrukt tegenover De Standaard dat hij ‘niet gefrustreerd, maar wel ontgoocheld is’ over de manier waarop de lokale waakhond alles stevig uitploos. ‘Audit Vlaanderen eigent zich meer rechten toe dan een onderzoeksrechter. Ze kunnen doen wat ze willen. Een moordenaar heeft meer rechten dan een gewone schepen. Dus ja, ik stel de functie van Audit Vlaanderen in vraag. De audit kent alleen wit en zwart, geen grijs. En de grootste slachtoffers zijn de gemeentediensten die in die grijze zone moeten werken.’

(…) Wij mogen absoluut niets verspreiden, dat kan zelfs leiden tot strafrechtelijke vorderingen. Als burgemeester voel ik mij dan een grote onnozelaar, als ik zie hoe die inhoud dan breed wordt uitgesmeerd in de pers en bij de oppositie. Daar laat ik het niet bij. Gaat Audit Vlaanderen daar dan ook tegen optreden? Ik hoor die frustratie trouwens ook in andere gemeenten.’

Vanuit de oppositiepartij N-VA klinkt het intussen dat uit het auditrapport blijkt dat de burgemeester zelf ‘een verpletterende verantwoordelijkheid’ had. ‘We hebben alle vertrouwen in het gedegen werk van Audit Vlaanderen. We gaan vanavond vragen of de burgemeester wel een correcte houding heeft aangenomen in de hele procedure en of het schepencollege nog vertrouwen heeft in zijn functioneren’, zegt lokaal fractieleider Cathy Coudyser”.

-          “Huiszoeking in gemeentehuis in Knokke-Heist: over audit uit verleden en andere bouwdossiers” (7) , waarin o.m. het Parket aan het woord wordt gelaten:

 

“ ‘De huiszoeking gebeurde vorige week woensdag in het kader van een gerechtelijk onderzoek’, bevestigt woordvoerder Griet de Prest van het parket van West-Vlaanderen. ‘Een audit uit het verleden is een element in het onderzoek. Maar er worden ook nog andere dossiers onderzoeken’”

Het is derhalve van publieke bekendheid dat (i) Audit Vlaanderen een vernietigend rapport heeft opgesteld over de situatie in Knokke-Heist  en (ii) er een strafonderzoek loopt, dat nog niet is afgerond.

 

4.

Het is ook juist dat het verscherpt toezicht waaraan de gemeente Knokke-Heist onderworpen was, in tussen is opgeheven.  Burgmeester Cathy Coudyzer verklaarde naar aanleiding hiervan in de pers:

 

We hebben vorige week een brief gekregen van de gouverneur en dat is natuurlijk goed nieuws. Het is een teken van herstel. Een teken van vertrouwen in de politiek én administratie van Knokke-Heist. Ik wil iedereen bedanken die meewerkte om de pijnpunten weg te werken. Een groot aandachtspunt was deontologie en in onze deontologische commissie hebben we veel werk verricht. We zijn mandatarissen die het algemeen belang dienen en we mogen ons op geen enkele manier laten beïnvloeden door externe partners. We zijn allemaal vertegenwoordigers van de inwoners van Knokke-Heist en gaan verder op dit pad zodat het vertrouwen kan blijven”(8).

 

Hieruit blijkt ontegensprekelijk dat ook de huidige burgemeester (net zoals zij dat in het verleden heeft gedaan toen ze fractieleidster was van een oppositiepartij) uitdrukkelijk erkent dat er in het verleden in Knokke-Heist grote problemen waren. Ze geeft aan dat er verbetertrajecten zijn opgestart en dat de deontologische commissie daarin een rol heeft gespeeld. Dat laatste is geen vaststaand feit, maar een beoordeling of waardeoordeel dat voorwerp kan uitmaken van openbaar debat.

 

 

B.      HET VERWEER

 

5.

De gewraakte passage die het voorwerp uitmaakt van de deontologische klacht kadert in een beschouwende bijdrage naar aanleiding van een door de krant van West-Vlaanderen gevoerde enquête, waaruit blijkt dat de bevolking minder respect heeft dan voorheen in de politiek (en de politici).

Een politicus heeft het recht deze vaststelling uit een enquête te becommentariëren. Dat kadert immers in de vrijheid van meningsuiting, zoals die gewaarborgd is door art. 19 van de Grondwet en artikel 10 van het EVRM.

De zin  Uit de rapporten van Audit Vlaanderen blijkt zwart op wit dat er serieuze onregelmatigheden zijn gebeurd in Knokke-Heist” is een objectief gegeven dat breeduit in de pers aan bod kwam en door niemand ernstig in vraag kan worden gesteld.

 

De heer Antoine Geerinckx heeft daar aan toegevoegd:  de betrokken actoren blijven gewoon op post en oefenen nog steeds een publiek ambt uit”. Er is daarbij bewust niemand bij naam genoemd, nu het strafonderzoek nog loopt (9) en de betrokkenen  genieten van het vermoeden van onschuld. Dit belet niet dat in het kader van het publieke debat – en zeker wanneer dit uitgaat van een vertegenwoordiger van de oppositie – zich ethische vragen mag stellen bij deze gang van zaken, waarbij “actoren” ongestoord op post blijven. Het getuigt van kiesheid dat de heer Geerinckx niemand expliciet bij naam noemt. Het gehanteerde taalgebruik is voorzichtig en genuanceerd, omdat het niet uitgesloten is dat het strafonderzoek zich niet beperkt tot schepenen en/of gemeenteraadsleden maar mogelijk ook betrekking heeft op gemeentepersoneel. Het lijkt daarbij vaststaand dat er geen tuchtonderzoeken lopen (of bewarende maatregelen werden genomen). Het is het recht van een gemeenteraadslid om vast te stellen dat iedereen op post blijft.

Het getuigt precies van respect om in de huidige stand van het (straf)dossier op dit punt op de vlakte te blijven.

De deontologische commissie valt uit zijn rol wanneer die verwacht dat in het kader van deze deontologische klacht de heer Geerinckx aantoont wie concreet “zwart op wit beticht”wordt waarbij zelfs wordt verzocht dit te staven met citaten “aan de hand van de inhoud van de rapporten”.  De heer Geerinckx wordt derhalve aangemaand om zijn beroepsgeheim te schenden (voor zover hij zou dienen te citeren uit vertrouwelijke stukken waarvan hij in zijn hoedanigheid van gemeenteraadslid kennis heeft gekregen) of uit het strafonderzoek (dat geheim is en niet openbaar).

Het is de heer Geerinckx uiteraard wel toegestaan om, in het kader van het publiek debat, hierover in algemene bewoordingen opmerkingen te maken. De vraag van de deontologische commissie om die opmerkingen te concretiseren en ook “namen te noemen” getuigt van partijdigheid en is een vorm van uitlokking met klaarblijkelijk als enige bedoeling om de heer Antoine Geerinckx er precies toe  aan te zetten deontologische fouten te begaan. Net met het oog op het behouden van de nodige sereniteit gaat hij hier niet op in.

 

6.

Volledigheidshalve dient ook gewezen te worden op de contouren en de beperkingen van artikel 5 van de deontologische code van de gemeente Knokke-Heist.

 

Wat precies door middel van die code wordt geregeld, behoort toe aan de gemeenteraad. Het is een uiting van de lokale autonomie.(10) Dat betekent niet dat een deontologische code zonder meer beperkingen mag opleggen aan de vrijheid van meningsuiting van democratisch verkozen mandatarissen.

 

Artikel 19 van de Grondwet en artikel 10 EVRM beschermen de vrijheid van meningsuiting en laten slechts beperkingen toe onder strikte voorwaarden. Een beperking moet bij wet geregeld zijn, voldoende toegankelijk en nauwkeurig geformuleerd, noodzakelijk in een democratische samenleving en evenredig zijn met een legitiem doel (o.m. de naleving van de  openbare orde). (11)

 

In de mate dat de deontologische commissie, of bij uitbreiding de gemeenteraad, de passage uit het krantenartikel als een schending van art. 5 van de deontologische codex zou beschouwen, wordt er aan de deontologische codex een interpretatie gegeven die strijdig is met de grondwettelijk en verdragsrechtelijk gewaarborgde vrijheid van meningsuiting.

 

De vrijheid van meningsuiting zou enkel kunnen beperkt kunnen worden indien de kritiek op organen van het gemeentebestuur ertoe zou leiden dat de uitlatingen de rechten en de goede naam van de betrokkenen op een wijze zou aangetast worden dat die, gelet op de context van het politieke debat, een noodzakelijke en proportionele inmenging rechtvaardigt.

 

De quote die ter beoordeling voorligt is een beschouwing die tracht de oorzaak te duiden van het wantrouwen van de burger in de gemeentepolitiek. Het kan niet worden betwist dat de situatie in de gemeente Knokke-Heist de afgelopen jaren problematisch was (met o.m. een rapport van audit Vlaanderen, huiszoekingen, het ontslag van een burgemeester en een schepen, een strafonderzoek, verhoogd toezicht door de gouverneur, enz…). Een interpretatie van art. 5 van de deontologische codex die ertoe leidt dat geen enkele verwijzing meer zou mogen gemaakt worden naar deze toestand mist juridische grondslag.

 

Er was sprake van een systeemcrisis in Knokke-Heist en het is niet voor betwisting vatbaar dat “actoren” (zowel politici als ambtenaren) die betrokken waren bij de publiek gemaakte feitelijkheden nog steeds in de gemeente actief zijn.

 

In deze context de beweringen de stellingen van de heer Geerinckx als deontologische inbreuk bestempelen zou een ongeoorloofde aantasting zijn op de vrijheid van meningsuiting van een plaatselijk politicus (die overigens in de oppositie zit en in die hoedanigheid nog meer recht heeft op een vrije mening en recht op kritiek).

 

7.

De rechtspraak is zeer strikt in de beoordeling van de aantasting van de vrije meningsuiting in een deontologische context.

 

Zo oordeelde het Hof van Cassatie in het kader van de artsendeontologie dat de vrijheid van meningsuiting ook geldt voor meningen die choqueren of verontrusten. In  het kader van een deontologisch toezicht is het verboden om het kritisch oordeel van iemand simpelweg terzijde te schuiven en op te leggen dat het “gewenste” of officiële waardeoordeel wordt gezegd.[12]

 

 

8.

Volledigheidshalve dient in herinnering te worden gebracht dat de deontologische commissie geen sancties kan opleggen aan raadsleden. Er kan enkel door de commissie of door de gemeenteraad na onderzoek van de commissie een berisping worden gegeven. Er kunnen dus geen tuchtsancties worden opgelegd.

 

Zelfs een berisping, die slechts een morele waarde heeft, is in deze context  disproportioneel. De klacht beoogt evidenterwijze enkel reputatieschade te doen ontstaan bij de heer Geerinckx door hem te stigmatiseren met de bedoeling hem uit te sluiten uit het politiek debat. Dit is in strijd met de democratische rechten van een lid van de oppositie. Het lijkt erop dat de procedure wordt ingezet als een vorm van represaillemaatregel tegen een kritisch gemeenteraadslid, wat zich overigens ook concretiseert via andere beslissingen en maatregelen die door het gemeentebestuur worden genomen.

 

 

9.

Conclusie:

De deontologische klacht dient als manifest ongegrond te worden afgewezen.

 

 

Namens de heer Antoine Geerinckx

Zijn raadsman

 

 

 

 

Hugo LAMON

Advocaat

30 april 2026

 

 

 

 



(1) “Kunt u concreet schetsen welke personen die nog een publiek ambt uitoefenen zwart-op-wit beticht werden van serieuze onregelmatigheden? U spreekt over verschillende rapporten: kunt u uw citaat staven aan de hand van de inhoud van deze rapporten?”

(2)  Gemeenteraadsbesluit Knokke-Heist 26 juni 2025.

(3) Art. 39 DLB.

(4) KEUNEN, S. Gemeenteraad. Samenstelling en werking, die Keure, 2024, p. 239, nr. 617.

(5) Eigen accentuering.

(6) De Standaard 28 september 2023

(7) website VRT nieuws 12 november 2024

(8) Het Laatste Nieuws 26 juni 2025

(9) Bij het parket gekend onder nr.

DSJSOC (DIRECTION SERIOUS ORGANISED CRIME) 7340

Notitie BG.25.RL.103916/2023

(10) Vr. en Antw. Vl.Parl. 2006-07, 22 mei 2007. Vraag om uitleg nr. 1008.

(11) Zie o.m. Cass. 2 juni 2023, ARnr.C.22.0461.N: “ Een beperking van de vrijheid van meningsuiting is nodig in een democratische samenleving wanneer zij beantwoordt aan een dwingende sociale noodwendigheid, op voorwaarde dat de evenredigheid wordt geëerbiedigd tussen het aangewende middel en het beoogde doel en de beperking verantwoord is op grond van relevante en toereikende motieven.”

(12) Cass. 3 april 2026, D.25.0015.F

Terug naar blog

Reactie plaatsen